

Chienus Lotterman en Brahim Rezziki zijn kaderleden van FNV Bondgenoten. Van 5 tot 10 december 2011 waren zij in Agadir (Marokko) op uitnodiging van de Marokkaanse vakbond van landarbeiders FNSA. FNV Bondgenoten heeft samen met FNSA een project voor versterking van de positie van de vakbond in de agrarische exportbedrijven die in de regio rond Agadir gevestigd zijn. Het project wordt gecoördineerd door TIE-Netherlands. Tegelijk met het bezoek van Chienus en Brahim vond ook een seminar over organising plaats voor landarbeiders, geleid door Mohamed Dahmani (consulent agrarisch).
Wie zijn jullie en wat doe je in de vakbond?
Chienus: Ik kom uit Groningen en ben kaderlid camjo(camerajournalist). Ik maak filmpjes met begeleidend commentaar over acties die FNV organiseert, voor op het internet.
Brahim: Ik ben kaderlid bij Monsanto in Bergschenhoek, een zadenveredelingsbedrijf.
Wat gingen jullie doen in Marokko?
Brahim: Wij kwamen om kaderleden te interviewen bij de zadenbedrijven Syngenta en Monsanto, en Chienus moest daar opnamen van maken. Ik ben uitgenodigd om in kaart te brengen wat de situatie is van de vakbond bij Syngenta en Monsanto in Marokko. De Marokkaanse bedrijven worden aangestuurd vanuit Nederland.
Wij hebben werknemers van beide bedrijven geïnterviewd om van hen te horen hoe de werkomstandigheden daar zijn. En ook de directies hebben wij gesproken. Wij hebben bijvoorbeeld de extractie in de tomatenkassen gefilmd.
Wat is dat?
Brahim: Zaden van tomatenplanten uit de tomaten halen, om later weer als zaaigoed te gebruiken.
Jullie hebt met de werknemers gesproken. Wat hebben die jullie verteld?
Chienus: De bedrijven zien er netjes uit. Er wordt veel aan veiligheid gedaan. De middelen waarmee de mensen werken lijken wel toereikend te zijn. Alleen de persoonlijke omstandigheden, bijvoorbeeld hoe ze op het werk moeten komen, zijn niet goed.
Bijvoorbeeld de weg naar de kwekerij toe is onbegaanbaar, en mensen verdienen te weinig om een auto of zo aan te schaffen. Alleen het hoger personeel kan dat betalen.
Hoe gaan de mensen dan naar hun werk?
Brahim: Lopend, per fiets of brommer. De uitzendkrachten worden vervoerd in vrachtauto’s.
Hoe gaat dat dan?
Chienus: Het zijn halfopen trucks en de mensen staan tegen elkaar aangedrukt in de laadbak, soms staan ze ook op de treeplank. Levensgevaarlijk. Dat hebben wij ook gefilmd.
Brahim: De manager van Monsanto zei ons dat zij een bus willen aanschaffen voor het vervoer van de uitzendkrachten. Maar voorlopig gaat het nog per truck. Alle bedrijven doen dat zo.
Jullie hebben met de werknemers gesproken. Hoe ging dat?
Brahim: Bij Syngenta mochten wij niet naar binnen. Toen zij dat hoorden zijn de werknemers zijn in de pauze allemaal naar buiten gekomen om ons te ontmoeten. Dat waren een stuk of 60 mensen. Zij hebben ons verteld over hun problemen. Bijvoorbeeld dat er weinig of slecht naar hen geluisterd wordt. Het ging vooral over het vervoer en de tussenpersonen(de uitzendbureaus). Zij behandelen deze mensen anders dan de vaste krachten; het loon is lager voor hetzelfde werk en zij kunnen elk moment ontslagen worden. En als iemand met pensioen gaat, wordt hij niet vervangen. Het werk moet dan door minder mensen gedaan worden.
Brahim: Syngenta is ook bezig om een extern beveiligingsbedrijf in te huren. De huidige bewakers zijn bang dat ze nu ontslagen worden.
Chienus: Toen ze allemaal naar buiten kwamen was het pauze. Toevallig was er een Europese delegatie aanwezig. Zij konden ook zien dat een boel mensen niet aan het lunchen waren. De kok was bang dat hij met zijn eten zou blijven zitten. Hij is daarover naar de directeur gegaan. Toen heeft de directeur(een Fransman) gezegd dat wij om half twee mochten terugkomen voor een kennismakingsgesprek met hem. En konden de mensen weer naar binnen.
Daar hebben wij toen afgesproken dat wij op vrijdag het bedrijf in mochten om te filmen en om te praten met een vakbondsvertegenwoordiger.
Dat gesprek heeft ook plaatsgevonden en de vakbondsvertegenwoordiger heeft toen in ons bijzijn zijn grieven naar voren kunnen brengen naar de directeur toe. En men heeft daarover overlegd.
Hoe verliep dat gesprek?
Chienus: Het bleek dat de directeur allerlei rancunes heeft naar FNSA toe. Het overleg functioneert daarom niet goed. De directeur is vooral boos omdat de vakbondsleden een klacht hebben ingediend over Syngenta bij het Ministerie van Landbouw. Dat hebben ze overigens gedaan omdat ze bij de directeur steeds geen gehoor kregen. Hij was niet bereid om met vakbond te overleggen en ging zijn eigen gang. Tijdens het gesprek dreigde hij de hele productie over te plaatsen over te plaatsen naar Kenia. Ongeloofwaardig want ze hebben net een boel geld geïnvesteerd.
Wat is jullie indruk van de arbeidsverhoudingen bij Syngenta en Monsanto?
Chienus: Er moet hier nog een boel gebeuren. Ik heb de indruk dat beide bedrijven de vakbond helemaal niet serieus nemen. Ze vinden hen zeurpieten. De bedrijven kunnen in Marokko nu doen en laten wat ze willen.
Brahim: Bijvoorbeeld bij Monsanto verwees de directeur zijn werknemers steeds naar een adres (hoofdkantoor) waar klachten naar toe moesten worden gestuurd.
Er was een vrouw die ziek was en daarom niet in de zon mocht werken. Maar van de bedrijfsarts moest zij dat toch doen. En op haar klacht naar het hoofdkantoor kreeg ze als antwoord dat zij niet op de loonlijst stond. Maar de manager bleef naar het hoofdkantoor verwijzen. Zo worden mensen van het kastje naar de muur gestuurd.
Bij Monsanto was er veel intimidatie van werknemers, maar de vakbond heeft nu een bureau(vakbondsafdeling) gevormd en zij houden de manager nu aan zijn afspraken. Zij houden ook per mail contact met mij.
Wat is jullie indruk van FNSA?
Brahim: Bij Syngenta heeft FNSA al veel bereikt. Het management houdt nu rekening met de kaderleden. Zij zijn goed georganiseerd. Bij Monsanto moeten zij nog een positie opbouwen, ze hebben daarvoor nog scholing nodig.
Pakt FNSA dat goed aan?
Brahim: Ja, maar bijvoorbeeld bij Monsanto zouden zij nog meer kaderleden bij de scholing moeten betrekken. Er zijn daar nog een paar goede mensen die heel veel in hun mars hebben.
Brahim, in hoeverre heeft je ervaring in Marokko je gestimuleerd bij je vakbondswerk in Nederland?
Brahim: In Marokko zijn veel problemen, maar de mensen zijn bereid om als groep op te treden om die problemen op te lossen. Als je in Nederland naar collega’s gaat om solidariteit te vragen, dan willen de mensen je niet steunen als het probleem henzelf niet direct raakt. Alleen als ze zelf een probleem hebben, zijn ze geïnteresseerd. In Marokko bestaat meer gevoel van solidariteit. Bij ons kun je je niet voorstellen dat de mensen allemaal samen naar buiten lopen zoals hier in Marokko.
Chienus: Belangrijk vond ik dat wij bij beide bedrijven bij de mensen erg welkom waren en door hun solidariteit konden wij het bedrijf bezoeken.
Wat gaan jullie doen met de filmpjes?
Chienus: Ik ga alle opnamen monteren tot een of meer korte filmpjes van ongeveer 5 minuten voor op het internet en betrokkenen krijgen daar of een link of een dvd van. Wij hopen dan een discussie te openen hierover met de Nederlandse kaderleden bij beide bedrijven.