Vrouwen verenigen zich internationaal in strijd tegen ‘precair werk’.

Printervriendelijke versieSend by email

Precair werk?

Onder druk van werkgevers neemt op een mondiale schaal het fenomeen van ‘precair werk’ toe. Hierbij gaat het om slecht betaald, onzeker en onbeschermd werk wat bovendien niet volstaat om in het levensonderhoud te voorzien. Voorbeelden zijn werk met tijdelijke contracten, part-time werk, uitzendwerk, flex-werk, 0-uren contracten en thuiswerk.  Internationale arbeidsorganisaties en vakbonden luidden dan ook de noodklok over de enorme toename van precair werk. Ook geven zij aan dat deze toename vooral geldt in die sectoren waar veel vrouwen werken. Relatief gezien krijgen dus meer vrouwen te maken met verslechteringen op het werk dan mannen. Een belangrijke reden dus om een internationaal seminar te organiseren om de strijd tegen deze toename in precair werk voor vrouwen te ondersteunen!

Het seminar: vrouwen tegen verslechterende arbeidsomstandigheden.

Met steun van Abvakabo FNV, FNV Vrouw en Mama Cash organiseerde de vrouwencommissie van de onafhankelijke ambtenaren confederatie in Turkije KESK ism TIE-Netherlands, een internationaal seminar over vrouwen en precair werk. Naast de 25 deelnemers van verschillende aangesloten bonden van de KESK was er een internationale delegatie van 10 vakbondsvrouwen uit Nederland, Egypte, Tunesië en Marokko. Het seminar werd gehouden op 14 en 15 juni in Ankara, Turkije. De centrale doelstelling was om in kaart te brengen hoe de verslechtering in arbeidsomstandigheden voor vrouwen er in deze verschillende landen uit ziet. Ook zou er informatie worden uitgewisseld over actiestrategieën die de vakbonden in die landen hebben gebruikt om deze verslechtering tegen te gaan. Ook de mogelijkheden voor gezamenlijke actie en internationale solidariteit stonden op het programma.

Precair vrouwenwerk: de nationale contexten

De ochtend en middag van de eerste dag hielden de verschillende internationale gasten een presentatie over precair vrouwenwerk in hun land. Duidelijk werd dat de bezuinigingen en de consequenties van de internationale economische ‘crisis’ in alle landen specifiek voor vrouwelijke werknemers een negatieve uitwerking hebben.  

Zo werd vanuit de Nederlandse delegatie aangegeven dat de bezuinigingen die door de Nederlandse overheid worden doorgevoerd vooral sectoren treft waar veel vrouwen werken, zoals bijvoorbeeld de zorg. Volgens de aanwezigen heeft dit te maken met het feit dat taken die ‘traditioneel’ aan vrouwen worden toebedeeld, worden ondergewaardeerd. In de woorden van Anna Roos, kaderlid Abvakabo die zelf in de zorg werkt: “het heersende beeld is dat vrouwen altijd al zorgden, dus als je krap zit denken mensen: waarom voor de zorg betalen, laat ze het maar gratis doen!” 

Uit de presentatie van de vertegenwoordigsters van KESK werd duidelijk dat ook in Turkije de huidige (rechtse) regering nieuwe wetgeving doorvoert die sectoren waar veel vrouwen werken extra treft. Het gaat hierbij om wetgeving die privatisering van diensten in de publieke sector mogelijk wil maken. Een voorbeeld is dat in de ziekenhuizen en zorginstellingen schoonmaaktaken tegenwoordig worden uitbesteed aan ‘onderaannemers’ die hun werknemers op tijdelijke contracten en voor lagere lonen laten werken. In Turkije is er daarom een actiegroep opgericht waarin verschillende vrouwenorganisaties samen werken om deze nieuwe wetgeving terug te dringen.

In Marokko waren het de werkomstandigheden binnen de vrijhandelszone’s die in het kader van de ‘crisis’ nog verder verslechteren. In deze vrijhandelszone’s werken een groot percentage vrouwen, vooral in de textiel en garnalenpellerij. Sectoren waar overigens ook veel Nederlandse multinationals actief zijn, vooral binnen de garnalenpellerij (zie dit artikel). “Vakbondsrechten van deze vrouwen werden altijd al met voeten getreden, maar sinds de crisis is de situatie nog meer verslechterd”, zo stelt Fatima Allemmah, van Marokkaanse arbeidsorganisatie Attawasul. Zo werden verschillende vrouwen die vakbondscomités oprichtten ontslagen en worden vrouwen geen contracten aangeboden of loonstrookjes verstrekt. Ook in de landbouwsector in Marokko lopen vrouwen tegen specifieke problemen op. “Een groot probleem is het transport van en naar het werk: dit gebeurt in volgepakte bussen waar veel seksuele intimidatie en soms zelfs aanrandingen plaats vinden”, zo vertelde Ezzahra Ezzahiri, zelf landsarbeidster en lid van de Marokkaanse landbouwbond FNSA.

In Tunesië daarentegen lijkt de situatie voor de vakbonden iets verbeterd sinds de revolutie. Er is meer ruimte voor vakbondsactiviteiten, waarbij vakbonden niet meer zo tegen worden gewerkt als voor de Arabische Lente. Echter ook daar is het een blijvend probleem vrouwen te betrekken bij vakbondsactiviteiten door toenemende onzekerheid op het werk: “doordat het werk van veel vrouwen onzekerder is geworden zijn ze bang zich bij een vakbond aan te sluiten omdat de werkgever dit kan aangrijpen om hen te ontslaan”, zo stelde Sonia Agrebi van Union Générale Tunisienne de Travail.

Ondanks hoog gespannen verwachtingen van veel vrouwenorganisaties die deelnamen aan de Arabische Lente in Egypte, lijkt de situatie daar niet veel verbeterd na de Revolutie. Het blijkt nog steeds erg moeilijk voor vrouwen om een publieke functie te vervullen in bijvoorbeeld overheidsinstanties. “De verslechterde positie van vrouwen op de arbeidsmarkt blijkt vooral uit het feit dat het percentage van vrouwen wat in de informele sector werkt, sinds de revolutie alleen maar is toegenomen”, zo illustreerde Hoda Kamel Hussein, voormalig bestuurslid van de Confederatie van Onafhankelijke Vakbonden in Egypte (EFITU ) en hoofd van het stakingssolidariteitscomité.

Naast deze specifieke conditie van vrouwelijke precaire arbeiders gaven de deelneemsters aan dat vrouwelijke werknemers ook in ‘normaal werk’ tegen specifieke vrouwen problemen oplopen. In alle landen kwam het voor dat vrouwen in dezelfde positie minder betaald krijgen dan mannen, is er sprake van een zogenaamd ‘glazen plafond’ (vrouwen krijgen geen topposities) en krijgen vrouwen te maken met seksuele intimidatie op het werk.

Precair werk en vrouwen: hoe ziet het eruit?

Na de plenaire sessies werd de groep opgedeeld in kleinere werkgroepjes. Alle werkgroepjes bespraken meer in detail wat de specifieke problemen per land waren voor vrouwen die onder precaire omstandigheden werken. Tijdens deze werkgroepjes werd duidelijk dat de toename van precair werk voor vrouwen niet alleen een verslechtering in arbeidsomstandigheden betekent, maar ook vaak in de privé sfeer.

Zo werd er vanuit de Nederlandse delegatie bijvoorbeeld aangegeven dat de in Nederland geïntroduceerde ‘participatie samenleving’ in de praktijk betekent dat veel vrouwen thuis meer zorgtaken moeten gaan opnemen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over kinderopvang en ouderen zorg. “En omdat er ook in Nederland nog het vooroordeel bestaat dat vrouwen beter zijn in zorgtaken dan mannen, betekent dit in de praktijk vaak dat deze taken worden opgevangen door vrouwen. Daardoor hebben vrouwen dus en slechtere werkomstandigheden op het werk, en meer werk thuis”, stelde Abvakabo kaderlid Anja Koerten.

Wat dat betreft gaat Nederland richting landen als Turkije, Marokko, Tunesië en Egypte waar zaken als kinderopvang en ouderzorg niet goed zijn geregeld door de overheid. Ook daar is er dus sprake van een ‘dubbele last’: een verslechterde situatie op het werk weegt extra zwaar in combinatie met de zorgtaken thuis.

Hierbij werd ook naar voren gebracht dat door deze traditionele taakopvatting de arbeidsomstandigheden van mannen direct gerelateerd zijn aan de situatie van vrouwen. Namelijk op het moment dat mannen minder of niet meer kunnen werken komen zowel de zorgtaken als het zorgen voor een inkomen op de schouders van vrouwen te liggen. Door de Turkse delegatie werd aangegeven dat dit bijvoorbeeld het geval was bij de recente mijnramp in Soma: meer dan 300 mijnwerkers vonden daarbij de dood. Echter, er is maar weinig aandacht voor het feit dat nu de last van deze ramp vooral op de schouders van vrouwen terecht komt: die zullen nu zowel het werk als de zorgtaken moeten gaan opvangen. In de woorden van Canan Calagan, voorzitter van de vrouwen commissie van KESK, “Zo zie je dat vrouwelijke arbeidsters met meerdere vormen van onderdrukking en discriminatie te maken krijgen: onderdrukking in hun positie als arbeidster, maar ook vanwege de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw binnen de samenleving. Als vakbondsleden moeten we tegen alle twee strijden: voor betere arbeidsomstandigheden en emancipatie, voor klassenstrijd en tegen seksisme".

Als tweede belangrijke punt kwam naar voren dat ook binnen de groep ‘vrouwen’ weer verschillende vormen van discriminatie bestaan die belangrijk zijn om te erkennen. Zo werd duidelijk dat in Egypte bijvoorbeeld specifiek migranten vrouwen in een extra precaire situatie werken. Daar worden vrouwen uit het buitenland ingehuurd voor huishoudelijk werk, en hun ongedocumenteerde situatie maakt dat zij nog slechtere arbeidsomstandigheden werken. Ook in Marokko zijn het vooral migranten vrouwen die onder extra moeilijke arbeidsomstandigheden aan het werk zijn in de vrijhandelszones, waarbij bijvoorbeeld ook hun tijdelijke woonsituatie veel te wensen over laat. In Turkije worden vrouwen over het algemeen meer onderbetaald in vergelijking met mannen, maar Koerdische vrouwen worden weer meer gediscrimineerd op de werkplek in vergelijking met niet-Koerdische vrouwen. Vanuit de Turkse delegatie waren er ook activisten van de Turkse LGBT organisatie KAOS GL. Zij stelden dat ook de seksuele voorkeur en gender identiteit van werknemers kan bijdragen tot extra moeilijke werkomstandigheden: er zijn verschillende zaken geweest waarbij homoseksuele, lesbische of trans* werknemers zijn ontslagen op basis van hun seksuele voorkeur en gender identiteit; volgens de Turkse wetgeving is dit niet verboden. 

Niet alleen hebben vrouwen dus een dubbele discriminatie op basis van hun identiteit als arbeidster en vrouw; soms komt daar nog een derde of vierde vorm van discriminatie bij op basis van hun etnische afkomst, seksuele voorkeur of gender identiteit.

Organiseren van vrouwen: successen en uitdagingen.

Op zondag was het tijd om specifiek te discussiëren over ‘oplossingen’. Dit werd weer gedaan door middel van werkgroepjes. De ochtend sessie ging over de successen en uitdagingen van het organiseren van vrouwelijke arbeiders in precaire werkomstandigheden.

Als snel werd duidelijk dat alle bonden worstelen met het organiseren van werknemers in precaire omstandigheden. “Het doorvoeren van precair werk is de ideale strategie van ‘vakbondsbreken’ door de werkgevers: door hun onzekere arbeidsomstandigheden zijn werknemers bang hun baan te verliezen waardoor ze niet eens meer lid van een vakbond durven te worden”, stelde Hoda Kamel Hussein uit Egypte.

Natuurlijk waren er ook specifieke problemen per land. Zo vertelde de vertegenwoordigers van KESK over de specifieke repressie in Turkije jegens vakbonden. “Tijdens de dictatuur werden vakbondsleden opgepakt en gevangen gezet, sommigen werden zelfs geëxecuteerd. De vakbeweging werd door de overheid afgeschilderd als ‘criminele organisatie’. Tot op de dag van vandaag zijn daardoor mensen bang om lid te worden van de vakbond”, zo stelde Canan Calagan. Daarbij komt het probleem van de ‘gele bonden’, de bonden die met de overheid en de werkgevers samen werken en dus niet de belangen van de werknemers dienen.

Doordat specifiek vrouwen vaak in slecht betaalde banen terechtkomen was het bovendien zo dat in Turkije, Tunesië en Egypte vrouwen soms gedwongen zijn twee en soms zelfs drie banen te hebben. Hierdoor blijft er nog maar weinig tijd over voor vakbondslidmaatschap. Hier komt bij dat in alle landen de heersende norm is dat vakbondsactivisme toch vooral een ‘mannen aangelegenheid’ is. Vrouwen horen zich met zorgtaken thuis bezig te houden, is de norm. Uit de presentaties bleek dat deze norm soms helaas ook door de vakbonden zelf overgenomen wordt, waardoor vrouwelijke vakbondsleden ook binnen de bonden vaak grote moeite hebben hun specifieke thema’s op de agenda van hun bond te krijgen. “Ook de hiërarchische organisatiestructuren die dominant zijn binnen vakbonden spreken vrouwen niet aan. En ook de taal en omgangsvormen zijn vaak erg ‘macho’ “, zo zei een leraar van Egitim-Sen, de leraren bond aangesloten bij de KESK.  

In de verschillende landen werd een verscheidenheid aan strategieën toegepast om de punten van vrouwen beter op de vakbondsagenda te krijgen. De KESK bijvoorbeeld heeft binnen de verschillende aangesloten bonden vrouwencommissies opgezet. Via deze vrouwencommissies worden de specifieke problemen van vrouwelijke werknemers geïnventariseerd en wordt er naar oplossingen gezocht. Ook in Tunesië is er een specifieke vrouwenafdeling opgezet. De KESK is de enige vakbond die ook een 40% vrouwenquota hanteert en daarmee in Turkije het goede voorbeeld geeft. De vertegenwoordiger van Atawassul gaf aan dat de Marokkaanse vakbonden grote moeite hebben om de vrouwen in de vrijhandelszones te organiseren. Dit komt onder andere door het repressieve beleid richting de vakbonden in die zones, maar ook door de dominante mannelijkheidnormen binnen de bonden. Vandaar dat er daar gekozen was om, weliswaar in coördinatie met de bonden, de vrouwelijke arbeiders eerst apart te organiseren in commissies op de werkvloer. 

Er was veel interesse voor het Nederlandse voorbeeld waarbij er een aparte vrouwenbond is opgericht: FNV Vrouw. Men wilde weten hoe het de FNV vrouwen gelukt was om zich in een specifieke vrouwenbond te organiseren. Ook was er veel interesse voor de presentatie van kaderlid FNV Bondgenoten Gesina Hoogsteen. Zij hield een presentatie waarbij duidelijk werd dat er vanuit de Nederlandse vakbeweging internationaal veel aandacht is voor ‘gender’ middels verschillende internationale projecten. Er was echter ook ruimte voor het bespreken van de uitdagingen in de Nederlandse context. Zo was er ook aandacht voor het teruglopende ledenaantal en het feit dat het ook binnen de nieuwe Nederlandse vakbeweging een uitdaging blijft om erkenning te krijgen voor specifieke vrouwenissues. Het netwerk FNV Vrouw heeft bijvoorbeeld recent nog een ‘brandbrief’ laten uitgaan over een gebrek aan erkenning binnen de structuren van FNV in Beweging (zie de brandbrief hier). Zo waren er zeker ook voor de Nederlandse delegatie interessante leermomenten van de ervaringen van de vakbondsvrouwen uit Egypte, Tunesie, Marokko en Turkije.

Actie! Internationale solidariteit!

In de laatste workshopronde stond de vraag centraal hoe we gezamenlijk internationaal meer aandacht kunnen vragen voor het thema van toenemende precair werk voor vrouwen. Ten eerste werd besloten dat de aanwezigen zich onderling beter gaan organiseren. Er werden plannen opgesteld om blijvend met elkaar in contact te blijven door middel van een mailinglijst en via een gesloten groep via sociale media. Via deze wegen kan blijvend informatie uitgewisseld worden over de arbeidssituatie van vrouwen in verschillende landen en over succesvolle manieren van organisatie van vrouwelijke werknemers.

Daarnaast vertelden kaderleden Anja Koerten en Anna Roos over de 1 minuut acties in de zorg: acties waarbij het werk voor 1 minuut wordt stilgelegd in een verzorgingstehuis, er een foto wordt genomen van de actie en deze wordt verspreid in de media. Met deze acties is succesvol aandacht gevraagd voor de verslechteringen van de arbeidsomstandigheden binnen de zorg. Afgesproken werd dat in de verschillende landen de aanwezige vakbondsvertegenwoordigers 1 minuut acties zouden gaan organiseren. Hierbij zullen vrouwen die onder precaire omstandigheden werken het werk 1 minuut stil leggen en een foto nemen. De bedoeling is dat de foto’s uitbeelden hoe precair werk er voor vrouwen er in verschillende landen uitziet. Ook zullen de vrouwelijke vakbondsactivisten op de foto een spandoek vasthouden met “Stop precair werk voor Vrouwen” in de verschillende talen. Er wordt een website opgezet om deze foto’s te verzamelen. Via de netwerken van de aanwezige vakbondsvertegenwoordigers zullen ook bonden in andere landen worden opgeroepen zich aan te sluiten bij deze campagne “Stop precair werk van vrouwen”. Zodoende was er tijdens het seminar niet alleen aandacht voor onderlinge uitwisseling van informatie, maar werden er ook concrete plannen gemaakt voor internationale solidariteit om een einde te maken aan de toenemende verslechtering van arbeidsomstandigheden van vrouwelijke werknemers.

In de woorden van Anja Koerten: “ondanks dat er toch wel duidelijke verschillen zijn tussen met name Nederland en de andere 4 landen op sommige vlakken, hebben we toch ook wel overeenkomsten gevonden en dat zorgde voor verbondenheid tussen alle vrouwen die aanwezig waren. Het was een erg intensief weekend maar ik heb er wel van genoten omdat we een leuke gevarieerde groep vrouwen bij elkaar hadden en we naast het seminar zelf het ook erg leuk en gezellig hebben gehad met elkaar”.  

Anna Roos: “Het was heel gaaf om zo met de verschillende landen uit te wisselen met elkaar, je merkt dat je met de eerste gezamenlijke maaltijd samen, dat je dan nog erg bezig bent met contact maken, maar daarna heb je al snel contact. Na 2 dagen heb je al een band met elkaar, en vind je het erg dat het weekend afgelopen is.  Wij hebben met elkaar gelachen, gegeten, gesproken, gediscussieerd en gedanst!”

 

Abvakabo FNV en FNV Vrouw in solidariteit met KESK

Het eerste contact tussen Abvakabo FNV, FNV Vrouw en de vrouwencommissie van de onafhankelijke ambtenaren confederatie KESK werd gelegd in 2012. TIE-Netherlands faciliteerde toen een bezoek van Abvakabo en FNV Vrouw leden als internationale waarnemers bij een rechtszaak die gevoerd werd tegen 15 leden van de KESK vrouwencommissie (zie dit artikel). Zij waren tijdens internationale vrouwendag op 8 Maart door de Turkse overheid opgepakt op beschuldiging van ‘lidmaatschap van een illegale Koerdische organisatie’, echter meer aannemelijk was dat hun vakbondsactivisme en kritische opstelling richting de overheid had geleid tot hun arrestatie. De beschuldigingen konden dan ook niet worden hard gemaakt en de vrouwelijke KESK leden werden vrijgelaten. De Abvakabo delegatie raakte geïnspireerd door de inzet en activiteiten van de KESK vrouwencommissie en er werd gewerkt aan een solidariteitsproject. Daarnaast gaf de KESK aan graag in contact te komen met vrouwencommissies en vrouwenorganisaties uit de regio.

De deelnemers

Vanuit Nederland participeerde Anja Koerten en Anna Roos, beiden werkzaam in de zorg en kaderlid van Abvakabo FNV, en Gesina Hoogsteen, werkzaam in een chemie bedrijf en kaderlid Industrie en van de Werkgroep Internationale Solidariteit van FNV Bondgenoten. Uit Marokko kwam Ezzahra Ezzahiri, landarbeidster en kaderlid bij de Marokkaanse landbouwbond FSNA. Ook uit Marokko Lamyae Azouz en Fatima Allemmah, beiden werkzaam bij de NGO Attawasul die vrouwen in de vrijhandelszones in Marokko organiseren. Uit Tunesië waren aanwezig Sonia Agrebi en Fatma Righi, beiden vakbondsactivisten van de onafhankelijke ambtenarenbond “Union Générale Tunisienne de Travail” (UGTT) en werkzaam in respectievelijk de toerisme en telekom sector. Uit Egypte, Cairo, was Hoda Kamel Hussein aanwezig, voormalig bestuurslid van de Confederatie van Onafhankelijke Vakbonden in Egypte (EFITU ) en hoofd van het stakingssolidariteitscomité. Ook uit Egypte kwam Souzan Nada, advocate en voorzitter van de “Permanent Conference of Alexandria Workers”: een onafhankelijke vakbondsorganisatie die vooral actief is binnen de textiel sector in Alexandrië. Beide dagen waren er ook zo’n 25 leden van de verschillende aangesloten bonden van de Turkse KESK ambtenaren vakcentrale aanwezig uit verschillende sectoren zoals zorg en onderwijs.

Lees meer over vrouwen en precair werk

Over precair werk en vrouwen:

http://www.ituc-csi.org/IMG/pdf/Women_8_march_EN.pdf

http://www.laborrights.org/publications/precarious-work-how-temporary-jobs-and-subcontracting-undermines-women-migrants-and

Overig

Artikel van de delegatie uit Tunesie over het seminar: http://yahayamin.blogspot.nl/2014/06/blog-post_18.html?m=1

--

This activity has been part of the project Human Rights at Work. Combating discrimination regarding gender, sexual orientation and age at the workplace in Turkey with support of the European Union’s Democracy and Human Right’s Programme.

 

BijlageGrootte
De powerpoint presentatie van Gesina Hoogsteen, kaderlid bij FNV Bondgenoten en lid van de Werkgroep International Solidariteit.3.64 MB

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren