Garnalenpelsters pikken het niet langer

Printervriendelijke versieSend by email

-Maike Awater- 05/07/13 In de broeierige hitte van Tanger zijn enkelen mannen en vrouwen driftig spandoeken aan het schoonmaken in een verstopt kantoortje. De spandoeken zullen gebruikt worden voor de demonstratie van morgen tegen de uitbuiting in de vrijhandelszone. Regelmatig wordt er gedemonstreerd tegen de buitenlandse bedrijven die de rechten schenden van hun werknemers. 30 Marokkaanse vrouwen overleggen ondertussen in de kamer ernaast over hun toekomst nadat zij collectief ontslagen zijn. Zij pelden elke dag kilo´s garnalen voor Nederlandse visverwerkingsbedrijven. De reden voor hun ontslag was de dappere strijd die zij voerden ter verbetering van hun arbeidsomstandigheden.

Nu de vrijhandelszone verplaatst wordt naar een andere haven in deze altijd veranderende stad, worden de fabrieken waarin zij werkten gesloten. Andere fabrieken van dezelfde eigenaar zijn geopend onder een andere naam in de nieuwe vrijhandelszone. Enkelen werknemers zijn overgeplaatst naar deze nieuwe fabrieken, maar verliezen daarmee alle rechten die ze hebben opgebouwd in het vorige bedrijf. De werknemers die vandaag aanwezig zijn zullen niet worden aangenomen vanwege hun vakbondslidmaatschap. Wel vertellen ze vandaag met welke arbeidsomstandigheden garnalenpelsters in de vrijhandelszone te maken hebben. De Nederlandse bedrijven Roem van Yrseke, Telson en Lengen waar ze voor werkten blijken stelselmatig OESO richtlijnen te overtreden, die gelden voor Nederlandse bedrijven in het buitenland. Ze houden zich namelijk niet aan lokale wet- en regelgeving, doen niets tegen discriminatie op de werkvloer, negeren hun ketenverantwoordelijkheid en weerhouden de werknemers ervan zich te verenigen in een vakbond.

 

 

Lokale wet- en regelgeving

De vrouwen vertellen ons over de Marokkaanse wetten die de bedrijven overtreden. Werknemers van de fabrieken hebben geen recht op het minimumloon. “Ik werk zeven dagen in de week en nog steeds kom ik niet op het minimumloon uit” Aldus een van de garnalenpelsters. Het minimumloon komt in Marokko neer op 10 dirham per uur. Pelsters in deze fabrieken krijgen bij 65 kilo gepelde garnalen 14 dirham (1,12 euro). Als de kwaliteit van de garnalen slecht is doen ze soms wel 3 uur over 1 kilo garnalen. Bovendien is deze hoeveelheid garnalen niet altijd voor iedereen aanwezig. “Voordat we werden ontslagen hadden de fabrieken nauwelijks meer garnalen voor ons om te pellen. We konden met geen mogelijkheid rond komen. Nu we zijn ontslagen hoor ik van degene die er nog werken dat er weer volop werk is”. De fabrieken lijken er alles aan te doen om de georganiseerde werknemers het zo moeilijk mogelijk te maken.

Één van de andere vrouwen haakt in en vertelt over het gebrek aan vervoer naar hun werk. Ze mogen van deze fabrieken geen gebruik maken van het recht dat ze volgens de Marokkaanse wetgeving hebben op vervoer van huis tot aan de fabriek en terug in het geval dat ze ’s nachts moeten reizen. Ze lopen daarom gezamenlijk naar de fabriek. Als iemand het schort vergeten is, er zit een vlekje op of als iemand enkelen minuten te laat is moet ze alleen terug lopen in het donker met alle gevolgen van dien. Meer dan eens is het volgens hen dan ook voorgekomen dat vrouwen mishandeld, verkracht of beroofd worden. De schorten krijgt de fabriek gratis aangeleverd maar de vrouwen moeten er flink voor betalen. Omdat de vrouwen elke dag moeten werken lukt het ze niet altijd het schort helemaal schoon te krijgen.

Bovendien blijken niet alle werknemer verzekerd te zijn. Het bedrag voor sociale lasten dat wordt ingehouden van hun loon wordt niet afgestaan aan de staat. Ze hebben dus nergens recht op en er wordt geen bedrag uitbetaald in het geval van ziekte of ongevallen. De werknemers hebben zo weinig tijd om te slapen dat ze een groter risico lopen op dergelijke ongevallen. De fabrieken hebben de werknemers na het zoveelste protest beloofd ze in te schrijven bij de sociale zekerheidsbank. Een vertegenwoordiger van de NGO Attawasul doet de moed echter nog wat dieper zinken. Hij vertelt de aanwezigen dat de fabrieken dit niet zullen waarmaken. Ze hebben ondertussen namelijk enorm veel schulden bij deze bank omdat ze de werknemers al jaren niet hebben ingeschreven. Één van de pelsters is het levende voorbeeld van de manier waarop de fabrieken dit probleem oplossen. “Ik ben sinds kort ingeschreven bij de sociale verzekeringsbank, maar de jaren dat ik voor deze fabriek werk worden niet erkend. Ik werk er al sinds 1991.”

De fabrieken staan ook geen vakantiedagen toe waar ze volgens de Marokkaanse wetgeving wel recht op hebben. “In verband met het overlijden van mijn moeder was ik twee dagen afwezig. Toen ik na die twee dagen weer kwam werken werd ik op staande voet ontslagen”. Dit blijkt geen uitzondering te zijn.

OESO richtlijnen

De Nederlandse bedrijven blijken met de omstandigheden in de fabrieken een flink aantal OESO richtlijnen te overtreden. Zo is discriminatie op de werkvloer strikt verboden. De arbeidsomstandigheden van de garnalenpelsters blijken echter vaak het directe gevolg te zijn van discriminatie. De vrouwelijke werknemers laten ons tijdens de bijeenkomst het loonstrookje zien dat ze van hun werkgevers krijgen. Dit lijkt geenszins op het officiële loonstrookje dat de mannelijke werknemers wel krijgen. De vrouwen hebben niets om aan te tonen welke uren ze maken, wat het loon is dat ze verdienen en hoeveel daarvan wordt ingehouden voor bijvoorbeeld sociale lasten. Het aantal uren dat genoteerd staat klopt volgens hen vaak niet met het werkelijke aantal gewerkte uren en het loon wordt vrij willekeurig toegekend. Het gebrek aan een officieel loonstrookje maakt het dus des te lastiger voor de vrouwelijke werknemers om zich in te zetten voor het verbeteren van hun rechten.

Volgens het principe van ketenverantwoordelijkheid zijn de Nederlandse bedrijven verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in de fabrieken die in opdracht van hen pellen. Roem van Yerseke gaf in het artikel van de Telegraaf in april 2012 aan dat ze ‘geschokt’ waren toen ze werden gewezen op de arbeidsomstandigheden in de fabrieken. Ook zeiden ze hier iets tegen te doen als het werkelijk waar bleek te zijn. Kort daarop haalde TIE-Netherlands een aantal garnalenpelsters naar Nederland zodat ze de Nederlandse bedrijven konden vertellen onder welke omstandigheden ze moeten werken. Roem van Yerske heeft dit verzoek destijds vriendelijk geweigerd door aan te geven geen interesse te hebben in een gesprek. Helaas hebben ze dan ook niets verbeterd aan de situatie van de werknemers.

De garnalenpelsters kunnen zich moeizaam organiseren om deze misstanden aan de kaak te stellen doordat het recht op vakbondslidmaatschap niet gerespecteerd wordt. Dit recht staat zowel in de Marokkaanse Code du Travail omschreven als in de OESO richtlijnen. Sinds de werknemers zich zijn gaan organiseren binnen een vakbond zijn er enorm veel ontslagen gevallen. Voor de garnalenpelsters die wel hun baan hebben weten te behouden dreigt alsnog ontslag als ze zich openlijk uitspreken tegen de omstandigheden waarin ze moeten werken. “We krijgen te horen dat we geen rechten hebben als loonarbeiders en dat we blij moeten zijn dat we werk hebben.” Ze zijn zich echter wel degelijk bewust van hun rechten en zetten hun strijd vooralsnog voort.

Hoe verder?

Een aantal van de garnalenpelsters is ondertussen aangenomen bij Klaas Puul, een ander Nederlands visverwerkingsbedrijf dat zelf fabrieken heeft gebouwd in de vrijhandelszone van Tanger. Ze worden door dit bedrijf wel ingeschreven bij de sociale verzekeringsbank en ze hebben recht op medische behandeling. Ze krijgen echter nog steeds geen minimumloon. Bovendien dreigt ook bij dit bedrijf binnenkort ontslag voor de garnalenpelsters die aangesloten zijn bij de vakbond. “De eigenaar van het vorige bedrijf waar we voor werkten heeft Klaas Puul verzocht ons te ontslaan omdat we georganiseerd zijn binnen een vakbond. Klaas Puul heeft gezegd ons nodig te hebben vanwege een gebrek aan werknemers tijdens de Ramadan, daarna zou hij ons ontslaan”. Één van de vrouwen vraagt ons tijdens de bijeenkomst wanhopig wat ze nu moeten doen. “ Elk bedrijf waar we worden aangenomen wordt benaderd door onze vroegere werkgevers om ons te ontslaan omdat we zijn aangesloten bij een vakbond. Ze kunnen gewoon hun gang gaan.” Ondanks het doorzettingsvermogen van deze vrouwen lijkt het vooruitzicht steeds minder rooskleurig.

Tijdens de demonstratie de volgende dag is de woede dan ook bijna tastbaar. De groep die op een plein staat in de wijk waar de meeste werknemers uit de vrijhandelszone wonen, breidt zich steeds verder uit. Ook werknemers uit de textielindustrie zijn met spandoeken en megafoons op komen dagen. Enkelen studenten van de 20 februari beweging zijn er om steun te betuigen voor deze beweging. Ze schreeuwen dat ze boos zijn op de regeringen die de buitenlandse bedrijven hun gang laten gaan. De bedrijven zouden de Marokkaanse wetgeving moeten respecteren. Ze eisen behoud van werk, behoud van opgebouwde rechten voor iedereen en het ontslag van voormalig werknemers omwille van vakbondslidmaatschap dient ongedaan gemaakt te worden. De aanwezigen zijn strijdbaar en zullen dit hopelijk blijven totdat hun eisen zullen worden ingewilligd. Onze aanwezigheid op het plein lijkt het laatste sprankje hoop bij de werknemers aan te wakkeren. Misschien bereikt dit bericht de bedrijven wel.

More About Us

       

 
 
Inhoud syndiceren